Het Klimvaardigheidsbewijs indoor toprope (of kortweg klimvaardigheidsbewijs 1, KVB1), is een attest op bankkaartformaat dat aanduidt dat iemand heeft bewezen de vaardigheden te bezitten die nodig zijn om zelfstandig op een artificiële klimstructuur (een indoorklimzaal, een klimtoren, een buitenklimmuur, een mobiele klimstructuur,…) te kunnen topropen.
Het betreft een 25-tal welomschreven vaardigheden : noodzakelijke kennis en competenties en daarnaast weetjes, onder te verdelen in:
Het Koninklijk Besluit op de “actieve ontspanningsevenementen” verplicht de uitbater van een klimmuur o.a. tot de opmaak van een risicoanalyse, dat bestaat uit:
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse stelt de uitbater preventiemaatregelen op en past deze toe. Zij omvatten onder andere:
Het is voornamelijk in de context van puntje 6 dat een KVB 1 voor de klimmer nuttig/nodig is.
Puntje 6 bepaalt nl. concreet dat iemand slechts zelfstandig indoor kan klimmen, als hij bij een actieve controle door de klimmuur uitbater bewezen heeft over deze kennis, vaardigheid en techniek te beschikken, of als hij op een andere manier kan aantonen deze te bezitten.
In de “veiligheidsgids uitbating artificiële klimstructuren”, die door de overheid zal worden gepubliceerd om het Koninklijk Besluit op de “actieve ontspanningsevenementen” nader toe te lichten, wordt uiteengezet wat deze kennis, vaardigheid en techniek dan inhouden:
Dit zijn dezelfde vaardigheden en weetjes als degene die door het KVB1 worden geattesteerd.
Er wordt daarom gestreefd naar een overeenkomst met de uitbaters van artificiële klimstructuren dat deze het KVB1, opgesteld door de NKBV de KBF erkennen. Concreet: iemand die zich met een KVB1 aanbiedt moet zich niet meer onderwerpen aan de actieve controleprocedure die de klimmuur uitbater heeft in voege gebracht, maar mag meteen zelfstandig gaan klimmen.
Bovendien heb je met het KVB 1 reeds een aantal vaardigheden verworven, die in latere opleidingen van pas komen. Zo heb je met de kennis van KVB1 een stapje voor als je in een bergsportclub van de KBF de klimschool aanvangt. Daarenboven is KVB 1 niet het einde. Er bestaat ook KVB 2 (zelfstandig indoor voorklimmen), KVB 3 (zelfstandig voorklimmen op rotsen), en zelfs een KVB 4 is in de maak (rotsklimmen in avontuurlijk terrein). Uiteraard kan je slechts aan KVB 2 starten, als je al KVB 1 hebt behaalt.
Dat is een verkeerde interpretatie van wat hierboven staat.
Het is juist dat klimzaaluitbaters zullen moeten overgaan tot een actieve controle van de kennis, vaardigheid en techniek van de klimmers. Als de klimzaaluitbater het KVB 1 erkent, dan moet de hierboven vermelde actieve controle van kennis, vaardigheid en techniek NIET meer gebeuren voor wie een KVB 1 kan voorleggen. Je kan dus zonder meer gaan klimmen.
Als je echter geen KVB 1 hebt, bestaat er nog altijd de mogelijkheid dat de klimzaaluitbater jou tóch nog onderwerpt aan die controle. Als het resultaat negatief is, kan je alleen onder begeleiding klimmen. Als het resultaat positief is, dan kan je eveneens zonder meer gaan klimmen….maar alleen in de betreffende zaal. In andere zalen zal je opnieuw de controle moeten ondergaan.
Dat kan nog steeds.
Maar jouw school zal met de betreffende klimzaal moeten overeenkomen wie er, volgens het “KB op de actieve ontspanningsevenementen”, fungeert als organisator. Als de school organisator is, dan moet de school de preventiemaatregelen uitvoeren die onder vraag 2 geformuleerd staan. Daarom zal meestal de uitbater fungeren als organisator.
In dat geval moeten de leerlingen:
Dat kan nog steeds.
Jeugdbewegingen vallen niet onder het “KB op de actieve ontspanningsevenementen”. Wat onder vraag 4 gezegd is voor een leerkacht LO geldt dus niet voor jeugdbewegingen. Dat neemt niet weg dat er andere wetten bestaan die je verplichten om alle redelijke maatregelen te nemen om de veiligheid van de jongeren te garanderen.
Je moet positief geëvalueerd worden door een erkend KVB1-evaluator (uitzondering is dat je een KVB1 behaalt op basis van eerder verworven competenties, in de zgn. éénmalige inhaalbeweging – zie verder).
Dit gebeurt noodzakelijkerwijze aan een klimmuur die wat betreft de KVB’s samenwerkt met de KBF.
In principe iedereen, op voorwaarde:
Je moet:
Dat kan op velerlei manieren:
Iedereen. Het principe is immers dat je een KVB 1 pas na een positieve evaluatie krijgt. Het speelt dus geen rol bij wie je de kennis verworven hebt om te slagen in deze evaluatie.
De 4 ‘typelessen’ kunnen echter maar gegeven worden door een erkend KVB1-opleider (ttz, de evaluatie op het einde van een lessenreeks kan alleen maar aanleiding geven tot het uitreiken van KVB 1, indien de lessen werden gegeven door een erkend opleider, zoniet moet nog een apart examen afgelegd worden).
Op dit moment:
Levenslang. Eenmaal het KVB1 behaald is het aan de klimmer om zijn de competenties te onderhouden. Vergelijk het met het behalen van een rijbewijs.
Ja. Ook het organiseren van boulderactiviteiten valt onder het KB.
Neen. Voor het boulderen zijn er geen preventiemaatregelen onder de vorm van controle van vaardigheden om de sport veilig te beoefenen nodig. Er bestaan dus geen KVB’s voor het boulderen.
Daar waar de kennis, vaardigheid en techniek duidelijk afgebakend en controleerbaar zijn in lengtezalen ligt de situatie bij het boulderen anders. Naar de mening van de federaties en boulderzalen is deze kennis, vaardigheid en techniek te weinig tastbaar en controleerbaar. Daarom zien zij een oplossing in het actief en passief communiceren van deze kennis, vaardigheid en techniek op volgende manieren: